
Uitvoeringsplan Kwaliteitskader, waar is de brede ledenvertenwoordiging?
Leuk dat je mee komt praten...
Soms zegt een uitnodiging meer dan degene die haar verstuurt beseft.
“Leuk dat je mee komt praten.”
Dat is ongeveer de ondertoon van de recente oproep van het KNGF voor deelname aan een werkveldgroep rondom het Uitvoeringsplan van het Kwaliteitskader Fysiotherapie. Acht fysiotherapeuten. Acht praktijkhouders of managers. Twee avonden in Amersfoort. Even meedenken over de toekomst van het vak.
Maar wacht eens even...
Was hier niet al een enorme brede vertegenwoordiging van fysiotherapeuten actief mee bezig? Een zorgvuldig samengestelde ledenraadpleging vanuit de beroepsgroep zelf? Mensen uit alle lijnen, verschillende achtergronden, praktijkhouders, werknemers, inhoudelijke experts, kritische denkers en betrokken collega’s? Mensen die zich serieus hebben verdiept in misschien wel één van de meest impactvolle dossiers voor de toekomst van de fysiotherapie?
Daar is gigantisch veel tijd en energie in gaan zitten. Avonden. Dossiers. Overleggen. Analyses. Discussies. Meerdere jaren zelfs. Niet vrijblijvend. Omdat iedereen voelde: dit gaat over de inrichting van ons vak. Over professionele autonomie. Over kwaliteit. Over toetsbaarheid. Over contractering. Over macht.
En juist in dat proces werd expliciet aangegeven dat er ná het kwaliteitskader nog een uitvoeringsplan zou volgen.
Dus wat zou logisch zijn?
- Dat je die bestaande vertegenwoordiging meeneemt.
- Dat je hen informeert.
- Dat je terugkoppelt.
- Dat je voortbouwt op de kennis, expertise en betrokkenheid die al aanwezig is.
Maar wat gebeurde er?
Niets. Volledige stilte.
De brede ledenraadpleging - die nota bene sterk betrokken was richting Zorginstituut Nederland, Zorgverzekeraars Nederland en de Patiëntenfederatie werd simpelweg losgelaten. Geen updates. Geen betrokkenheid. Geen terugkoppeling. en -nog erger- tegen eerdere afspraken in.
En dan verschijnt ineens een open oproep: “Gezocht: meedenkers uit het werkveld.”
- Alsof het proces opnieuw begint.
- Alsof al die opgebouwde kennis er niet toe doet.
- Alsof expertise willekeurig inwisselbaar is.
Hoe kan dat?
Natuurlijk is het legitiem om je leden uit te nodigen mee te doen, mar hoe kun je als beroepsvereniging eerst nadrukkelijk kiezen voor brede vertegenwoordiging en vervolgens precies die groep passeren op het moment dat het uitvoeringsplan wordt geschreven? Het document waarin uiteindelijk de praktische en bestuurlijke werkelijkheid van het kwaliteitskader wordt vastgelegd?
Want laten we helder zijn: juist in het uitvoeringspna zit dé echte impact.
Niet in de abstracte teksten van het kwaliteitskader zelf, maar in de uitvoering.
- Daar worden (onnavolgbare) normen operationeel.
- Daar ontstaan (vaak onwetenschappelijke) indicatoren.
- Daar worden (vaak nog meer) registraties ingericht.
- Daar ontstaat (toenemend) administratieve druk.
- Daar worden uiteindelijk sturingsmechanismen gebouwd die direct invloed hebben op de dagelijkse praktijk van fysiotherapeuten.
En precies op dat moment lijkt het KNGF te kiezen voor een losse, vrijblijvende “meedenkgroep”.
Waarom?
- Is de oorspronkelijke groep te kritisch geworden?
- Te onafhankelijk?
- Te inhoudelijk?
- Te moeilijk kneedbaar?
Het zijn ongemakkelijke vragen, maar wel terechte vragen.
Want dit gaat niet - zoals het lijkt - over een willekeurig projectgroepje. Dit gaat over de bestuurlijke koers van een hele beroepsgroep. Over besluiten die jarenlang doorwerken in contractering, toezicht, kwaliteitsbeleid en professionele ruimte.
Daar past geen lichtvoetige oproep bij alsof het gaat om een brainstormsessie over een nieuwe campagne.
Het wringt nog meer omdat het kwaliteitskader zelf destijds met stevige druk en “doorzettingsmacht” door het proces is gegaan. Juist daarom was draagvlak en brede betrokkenheid vanuit het veld cruciaal. Het KNGF heeft die legitimiteit nadrukkelijk gebruikt richting externe partijen. Maar legitimiteit gebruiken vraagt ook verantwoordelijkheid.
Je kunt niet eerst zeggen: “De beroepsgroep praat mee.”
Om vervolgens, zodra de bestuurlijke vertaalslag gemaakt moet worden, diezelfde beroepsgroep buiten spel te zetten.
Dan ontstaat een ongemakkelijke vraag: "Snapt het bestuur van het KNGF werkelijk hoe fundamenteel dit dossier is? Of is dit juist precies hoe men het wil?"
Want het betekent:
- Minder georganiseerde tegenspraak.
- Minder collectief geheugen.
- Minder mensen die nog weten welke afspraken eerder zijn gemaakt.
Dat zou ernstig zijn.
Want een beroepsvereniging hoort geen organisatie te zijn die leden slechts mobiliseert wanneer legitimiteit nodig is. Een beroepsvereniging hoort het collectieve vakmanschap van fysiotherapeuten te vertegenwoordigen, juist wanneer de druk van buiten toeneemt.
En misschien is dat wel de grootste zorg van dit moment: nog niet eens het kwaliteitskader zelf, maar het bestuurlijke patroon eromheen. wat we zien is:
- Breed ophalen.
- Smalle terugkoppeling.
- Veel vragen aan het veld.
- Weinig structurele invloed van datzelfde veld.
Dat voelt niet als koersvast bestuur. Dat voelt als bestuurlijk zwalken.
En juist in een tijd waarin de fysiotherapie onder enorme druk staat - financieel, organisatorisch en professioneel - heeft het vak behoefte aan het tegenovergestelde: helderheid, ruggengraat, transparantie en echte vertegenwoordiging van het veld.