–Versterken we het vak, of begrenzen we het

Kernprofiel Fysiotherapeut

Versterken we het vak of begrenzen we het?

De aankondiging van het KNGF om een Kernprofiel Fysiotherapeut te ontwikkelen roept fundamentele vragen op over noodzaak, timing en de mogelijke gevolgen voor de beroepsgroep. Hoewel de intentie – het versterken van het vak – begrijpelijk is, ontbreekt een overtuigende onderbouwing dat deze stap daadwerkelijk bijdraagt aan een sterkere positie van de fysiotherapeut of betere keuzes voor patiënten.

1. Het probleem dat wordt geschetst is onvoldoende onderbouwd

Het KNGF stelt dat “de vragen toenemen” over wat een fysiotherapeut precies kan en mag. Maar deze claim blijft onduidelijk:

  • Welke vragen nemen precies toe?

  • Vanuit welke partijen?

  • Over welke concrete situaties gaat het?

  • Waaruit blijkt dat de bestaande kaders onvoldoende zijn?

De fysiotherapie beschikt al over meerdere stevige fundamenten:

  • het Beroepsprofiel Fysiotherapeut (2021)

  • de beroepscompetentieprofielen (breed ontwikkeld met werkveld en onderwijs)

  • wet- en regelgeving (BIG)

  • het kwaliteitskader dat momenteel in ontwikkeling is.

Wanneer deze kaders al bestaan, moet eerst overtuigend worden aangetoond welke lacune een kernprofiel daadwerkelijk oplost. Zonder die analyse dreigt dit traject vooral een nieuw document toe te voegen, zonder dat duidelijk is welk probleem het oplost.

2. Dubbel werk

De sector heeft de afgelopen jaren juist veel energie gestoken in het ontwikkelen van beroepscompetentieprofielen, met brede betrokkenheid van:

  • werkveld

  • opleidingen

  • beroepsinhoudelijke verenigingen

  • beleidsmakers

Deze trajecten waren expliciet bedoeld om helder te maken wat een fysiotherapeut moet kennen en kunnen.

Het opnieuw organiseren van een brede consultatie roept dan ook de vraag op:

Waarom beginnen we opnieuw, terwijl de sector dit werk al heeft gedaan?

Bovendien heeft het KNGF bijna twee jaar geleden ook een rondgang georganiseerd met een zeer beperkte opkomst vanuit het veld. Dat signaal zou aanleiding moeten zijn voor reflectie: misschien ligt de prioriteit van de beroepsgroep elders.

3. Het risico: minder professionele ruimte

Een kernprofiel klinkt als 'duidelijkheid', maar kan in de praktijk gemakkelijk veranderen in een normatief kader dat door andere partijen wordt gebruikt om het vak te begrenzen.

Zorgverzekeraars, toezichthouders en beleidsmakers kunnen zo’n profiel immers gebruiken als:

  • inkoopnorm

  • controlekader

  • afbakening van het domein

Wat bedoeld is als versterking van het vak kan daardoor juist leiden tot minder professionele ruimte.

De centrale vraag zou daarom moeten zijn:

Versterkt een kernprofiel de autonomie van de fysiotherapeut of creëert het een nieuw instrument waarmee anderen het vak kunnen begrenzen?

4. 'Herkenbaarheid voor patiënten' is geen overtuigend argument

Het KNGF stelt dat het kernprofiel de herkenbaarheid voor patiënten vergroot. Maar hiervoor ontbreekt elke evidentie.

Patiënten kiezen zelden hun fysiotherapeut op basis van een beroepsprofiel of kwaliteitskader. Zij baseren hun keuze vooral op:

  • toegankelijkheid

  • aanbevelingen

  • vertrouwen

  • wachttijd

  • locatie

De kwaliteit van fysiotherapie is voor patiënten bovendien moeilijk vooraf te beoordelen. Een kernprofiel verandert daar weinig aan. Sterker nog: wanneer het profiel leidt tot meer uniformiteit, kan dat juist bijdragen aan een “eenheidsworst”, waarbij verschillen in expertise minder zichtbaar worden.

De vraag is daarom terecht:

Helpt een kernprofiel patiënten daadwerkelijk bij het maken van betere keuzes voor herstel?

Tot nu toe ontbreekt hiervoor elke onderbouwing.

5. Geen bewijs dat de positie van fysiotherapeuten wordt versterkt

De geschiedenis van de afgelopen twintig jaar laat zien dat meer kaders en meer vastlegging niet automatisch leiden tot een sterkere positie van de beroepsgroep.

Integendeel:

  • administratieve lasten zijn toegenomen

  • contractvoorwaarden zijn strenger geworden

  • professionele autonomie staat onder druk

  • tarieven zijn structureel achtergebleven

Het meest recente bewijs daarvan is dat ongeveer 1500 fysiotherapiepraktijken zich hebben aangesloten bij een gerechtelijke procedure om eerlijke tarieven af te dwingen. Tegen die achtergrond is het opmerkelijk dat juist nu opnieuw een traject wordt gestart dat leidt tot meer definiëring en afbakening van het vak.

6. De timing is ongelukkig

Juist op het moment dat de sector zich collectief inzet voor betere waardering en eerlijke tarieven, start de beroepsvereniging een traject dat het vak verder definieert en mogelijk beperkt.

Dat roept een strategische vraag op:

Is dit het moment om het vak opnieuw te beschrijven en te begrenzen of zou de energie moeten gaan naar versterking van de positie van de beroepsgroep?

De timing kan bovendien het signaal afgeven dat de beroepsgroep intern bezig is met afbakening en normering, terwijl extern juist ruimte en waardering bevochten moeten worden.

7. De rol van de beroepsvereniging

Een fundamentele vraag is wat de primaire rol van het KNGF als beroepsvereniging is.

Is het de taak van de vereniging om steeds nieuwe profielen en kaders te ontwikkelen?

Of ligt de kern juist bij:

  • belangenbehartiging

  • versterking van de positie van fysiotherapeuten

  • het creëren van een gezonde en krachtige beroepsvereniging

Zonder duidelijke evidentie dat een kernprofiel de positie van fysiotherapeuten versterkt of patiënten beter helpt, is het legitiem om te vragen of dit traject wel aansluit bij de prioriteiten van de beroepsgroep.

8. De kernvraag

De discussie over een kernprofiel zou niet moeten gaan over documentontwikkeling, maar over een principiële vraag:

Versterkt een kernprofiel het vak van fysiotherapeut of beperkt het de ruimte van de professional?

De ervaring uit het verleden laat zien dat meer vastleggen niet automatisch leidt tot meer autonomie of betere positie. Soms leidt het juist tot het tegenovergestelde: meer controle, meer uniformering en minder ruimte.

Conclusie

Het initiatief om een kernprofiel te ontwikkelen lijkt minder voort te komen uit een duidelijk aangetoonde behoefte in het veld, en meer uit een bestuurlijke reflex om het vak verder te definiëren. Zonder een overtuigende probleemanalyse, zonder evidentie voor betere patiëntkeuzes en zonder aantoonbare bijdrage aan een sterkere positie van de fysiotherapeut, is het de vraag of dit traject de juiste prioriteit heeft.

Sterker nog: het risico bestaat dat het vak juist verder wordt begrensd.

Daarmee ontstaat een paradoxale situatie: een traject dat bedoeld is om het vak te versterken, kan uiteindelijk bijdragen aan minder ruimte en minder autonomie voor de fysiotherapeut.

En dat zou precies het tegenovergestelde effect zijn van wat de beroepsgroep nodig heeft.Die wordt vaak nog scherper en krijgt meestal veel meer impact in het debat binnen de fysiotherapiewereld.

Online marketing & Webservices

Online marketing kent vele vaktermen. Vaak in het Engels, maar niet altijd direct duidelijk wat ze betekenen. Voor Phytalis is online marketing eenvoudig meer klanten en meer omzet. Bekijk eens onze kennisbank.

Met Phytalis webservices heb je dé partner op het gebied van online aanwezigheid. Altijd veilig en heel gemakkelijk bij te houden. Invoegen van (exteren) software geen probleem. Zonder  enige kennis van websites, bouw je toch alles zelf of samen met Phytalis.

Meer informatie

We hebben heel veel in huis, maar wat is nu echt het voordeel voor  jouw persoonlijke situatie. Dat willen wij graag weten. Omdat elke situatie anders is, stellen we graag persoonlijk contact erg op prijs. Even  vrijblijvend bellen? 

Contact

Geestbrugkade 35
2281 CX  Rijswijk

070-3206157
06-24223958

marcom@phytalis.nl
www.phytalis.nl